Weblog

Deze rubriek bestaat uit korte artikelen waarin een bijzondere vondst, document of bron wordt belicht.

In een boek van de Amsterdamse stadsgeschiedschrijver Jan Wagenaar uit 1767 vond ik een beschrijving van de binnenlandse veerdiensten van en naar Amsterdam. Dit artikel beschrijft de veerdiensten vanuit Friesland. Dat waren er maar liefst achttien.

Zijn vader bepaalde in zijn testament, dat Hylke Bouwes tijdens zijn leven niet over zijn erfdeel mag beschikken. Dit vanwege ‘verkwisting en wangedrag’ door hem en zijn vrouw Antje Andries. Een goede aanleiding om de feiten over hun leven eens op een rijtje te zetten. Ik doe dat deels op basis van gegevens die ik al had en deels op basis van nieuw bij elkaar gezocht materiaal.

Testamenten zijn niet altijd even boeiend om te lezen. Anders is dat voor het testament van Bouwe Hylkes van der Meulen uit 1810. Dat bevat een verrassende bepaling over zijn zoon Hylke Bouwes van der Meulen.

Simon IJes Luimstra (1731-1815) was een welgestelde boer aan de Blauwhuisterweg in Surhuisterveen. De laatste jaren van zijn leven woonde hij als rentenier in Augustinusga. De inventarisatie van zijn nalatenschap nam in 1815 maar liefst drie dagen in beslag. Het kostte de notaris 52 pagina's om alle vastigheden, waardepapieren, geld en inboedel te beschrijven.

De Harlinger schipper Michiel Gabbes voer geregeld op de Oostzee. Als aanvulling op een eerder artikel, beschrijf ik een aantal van zijn doorvaarten door de Sont, in de periode 1629-1633.

Vandaag heb ik vernieuwde versies van de kwartierstaten van mijn grootouders op deze site geplaatst. In de loop van een jaar voer ik achter de schermen een heleboel kleine wijzigingen en aanvullingen door. Slechts af en toe kan ik nog voorouders toevoegen. Zo vond ik eindelijk de (voor-)ouders van Klaas Jannes Mulder (kwartierstaat Lokke van der Meulen) en Grietje Harmens (kwartierstaat Tjimkje Luimstra). In beide gevallen ging het om Groningers.

In 1796 stelde een comité uit Achtkarspelen aan het provinciebestuur voor om de stemkohieren maar te verbranden. Die pasten niet meer bij de nieuwe tijd die na de patriottische omwenteling van 1795 was aangebroken. Voor die tijd was het stemrecht gekoppeld aan het bezit van bepaalde boerderijen. Die waren steeds meer in handen gekomen van een kleine politieke elite. Gelukkig voor stamboomonderzoekers besloot het provinciebestuur om de stemkohieren toch nog maar even te bewaren.

Bij toeval kwam ik in oude krantenberichten Philippus Meinsma tegen. Als patriot was hij al in 1787 actief in Friesland, met gevangenschap en verbanning tot gevolg. In 1796 komt hij na een coup van radicale patriotten opnieuw in de problemen. Dit artikel zet een aantal vondsten over hem op een rij. Van zijn meest sprekende krantenartikel is een transcriptie gemaakt.

De "Stukken betreffende de diaconie der vreemdelingen te Emden 1560-1576" werpen weer iets meer licht op de herkomst van de familie Staphorstius.

In een eerder artikel beschreef ik een brief die in 1779 in Surhuizum door Alida Schouten werd geschreven en bestemd was voor haar neef Fredrik Bernard Giffenig te Mannar (Ceylon). De brief is buitgemaakt door de Engelsen tijdens de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog. Pas later heb ik informatie gevonden over het schip waarmee deze brief werd vervoerd. Dat leverde meer op dan ik had verwacht.